Klassieke Appel‑kaneeltaart
Een hoge Nederlandse appeltaart met een boterige deegkorst en een ruime vulling van appel, kaneel en rozijnen. De taart krijgt bovenop een klassiek raster van deeg.
Opbrengst: 1 taart, springvorm Ø 24 cm
Voorbereiding: circa 40 minuten
Rusttijd deeg: minimaal 30 minuten
Bereiding: circa 60–70 minuten
Afkoelen: minimaal 30 minuten
Totale bereiding: circa 2 uur en 30 minuten
Ingrediënten
Voor het deeg
- 300 g tarwebloem
- 150 g witte basterdsuiker
- 175 g koude ongezouten roomboter
- 1 ei, maat M
- 2–3 g fijn zout
- boter voor het invetten van de vorm
- bakpapier voor de bodem
Voor de appelvulling
- 1,5 kg appels, bijvoorbeeld Goudreinetten of Elstar
- ½ citroen
- 2 theelepels gemalen kaneel
- 100 g rozijnen
- 75 g kristalsuiker
- 2 eetlepels naturel paneermeel
Voor erbij, optioneel
- 125 ml slagroom
- 1 theelepel kristalsuiker
Voorbereiding
-
Maak het deeg
Meng de bloem, basterdsuiker en het zout in een ruime kom. Snijd de koude boter in kleine blokjes en voeg deze toe. Wrijf de boter met de vingertoppen door het bloemmengsel tot grove kruimels ontstaan. -
Voeg het ei toe
Voeg het ei toe en kneed het deeg kort tot het net samenhangt. Kneed niet langer dan nodig. -
Laat het deeg rusten
Vorm het deeg tot een platte schijf. Neem ongeveer een kwart van het deeg apart voor het raster. Verpak beide delen afzonderlijk en laat ze minimaal 30 minuten in de koelkast rusten. -
Bereid de vorm voor
Verwarm de oven voor op 170 °C boven- en onderwarmte en plaats een rooster in het midden. Vet een springvorm van 24 cm in en bekleed de bodem met bakpapier. -
Bereid de appels voor
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in blokjes. Snijd een deel iets kleiner en een deel iets grover voor een gevarieerde structuur. -
Meng de appelvulling
Pers de halve citroen uit en meng het sap direct door de appel. Voeg kaneel, rozijnen en kristalsuiker toe en meng alles zorgvuldig.
Bereiding
-
Bekleed de springvorm
Neem het grootste stuk deeg uit de koelkast. Druk het deeg gelijkmatig over de bodem en vervolgens tegen de zijkant van de springvorm, zodat een hoge opstaande rand ontstaat. -
Bestrooi de bodem
Verdeel het paneermeel gelijkmatig over de deegbodem. -
Vul de taart
Schep de appelvulling in de vorm en verdeel deze gelijkmatig. Druk de vulling voorzichtig aan zonder de appelstukjes fijn te drukken. -
Maak het raster
Neem het achtergehouden deeg uit de koelkast en kneed het kort soepel. Rol het uit en snijd het in repen. Leg de repen kruislings over de appelvulling en druk de uiteinden voorzichtig tegen de deegrand. -
Bak de taart
Zet de taart op het rooster in het midden van de oven en bak hem circa 60–70 minuten. De deegkorst moet goudbruin zijn en de appelvulling langs de openingen in het raster goed heet en zacht zijn. Dek de bovenkant indien nodig tegen het einde losjes af met aluminiumfolie wanneer het deeg te snel donker wordt. -
Laat de taart afkoelen
Haal de taart uit de oven en laat hem minimaal 30 minuten in de springvorm afkoelen, bij voorkeur op een rooster. Verwijder daarna voorzichtig de rand van de vorm. -
Klop eventueel de slagroom
Klop voor het serveren de koude slagroom met de suiker lobbig. -
Serveer de taart
Serveer de appeltaart lauwwarm of op kamertemperatuur, eventueel met een lepel licht gezoete slagroom.