Framboos
Framboos is een zacht, sappig rood vruchtje met een frisse zoet-zure smaak en een uitgesproken aroma. Je gebruikt frambozen zowel puur als in desserts, gebak, sauzen en dranken, en ze doen het ook goed in hartige combinaties waar een vleugje fruitige frisheid welkom is.
Latijnse naam: Rubus idaeus
Herkomst: Europa en West-Azië
Plantfamilie: Rosaceae (rozenfamilie)
Hoogte: 1–2 m
Bloeiperiode: mei–juni
Levensduur: meerjarig
Beschrijving
De framboos komt van een doornige struik die lange scheuten maakt en in veel tuinen en hagen te vinden is. Botanisch gezien is een framboos geen enkele bes, maar een trosje van kleine deelvruchtjes die samen één vrucht vormen. Rijpe frambozen zijn kwetsbaar: ze zijn licht, hol van binnen en laten gemakkelijk los van de vruchtbodem, wat meteen ook een goede indicatie is dat ze op het juiste moment geplukt zijn.
In de keuken
Frambozen smaken helder en fruitig, met een mooie balans tussen zoet en zuur. Ze passen klassiek bij room, yoghurt, vanille, witte chocolade, amandel en citroen, maar combineren ook verrassend goed met basilicum, munt, zwarte peper, balsamico of een zachte geitenkaas. In de zomer zijn verse frambozen op hun best; buiten het seizoen zijn diepvriesframbozen een praktische keuze voor coulis, compote, jam, smoothies en baksels. Verwarm frambozen liefst kort om het frisse aroma te behouden, of pureer ze en zeef eventueel de pitjes uit voor een gladde saus.
Bewaren & bereiding
Bewaar frambozen bij voorkeur ongewassen in de koelkast, in een ondiepe schaal met wat ruimte ertussen; zo blijven ze het langst mooi. Spoel ze pas vlak voor gebruik heel kort en voorzichtig, en laat ze goed uitlekken op keukenpapier. Voor gebak kun je frambozen licht bestuiven met een beetje bloem of maïzena om vocht in het beslag te beperken. Invriezen kan ook: spreid de frambozen eerst los uit op een schaal, vries ze aan en doe ze daarna in een goed afsluitbare zak of doos, zodat je ze makkelijk per portie kunt gebruiken.