Grapefruit

Grapefruit is een grote citrusvrucht met een frisse, licht bittere smaak en sappig vruchtvlees. Je eet ’m puur, maar hij is ook heerlijk in salades, desserts en als verfrissende toets in hartige gerechten.

Latijnse naam: Citrus × paradisi
Herkomst: Caribisch gebied (waarschijnlijk Barbados)

Beschrijving

Grapefruit is ontstaan als kruising binnen de citrusfamilie en groeit aan een groenblijvende boom. De vrucht heeft een stevige schil en partjes met sappig vruchtvlees, dat wit, roze of rood kan zijn. De smaak varieert van mildfris tot uitgesproken bitterzoet, afhankelijk van de variëteit.

In de keuken

Grapefruit geeft gerechten een volwassen, frisse punch. Gebruik de partjes in salades met avocado, venkel of garnalen, of combineer met yoghurt en honing voor een snel ontbijt. Het sap werkt goed in dressings, marinades en mocktails. De rasp van de schil (alleen het gekleurde deel) kan desserts en siropen extra aroma geven. Combineert mooi met munt, basilicum, gember, chili, honing, olijfolie en zeezout. Het seizoen ligt grofweg in de winter en het vroege voorjaar, maar grapefruit is vaak langdurig verkrijgbaar.

Bewaren & bereiding

Bewaar grapefruit koel om ’m langer sappig te houden. Voor meer sap: laat de vrucht even op kamertemperatuur komen en rol hem over het aanrecht voordat je perst. Wil je de partjes mooi “fileteren”, snijd dan eerst de schil en het witte vlies weg en haal de partjes tussen de vliesjes uit. Zo vermijd je extra bitterheid.