Lavendelbloemen

Lavendelbloemen zijn aromatische, paarsblauwe bloemetjes met een uitgesproken, bloemig parfum. In de keuken gebruik je ze spaarzaam: ze geven desserts, siroop en lichte hartige gerechten een mediterrane, kruidige toets die al snel de boventoon kan voeren.

Latijnse naam: Lavandula angustifolia
Herkomst: Middellandse Zeegebied
Plantfamilie: Lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Hoogte: 40–80 cm
Bloeiperiode: juni–augustus
Levensduur: meerjarig

Beschrijving

Lavendel is een halfheester met smalle, grijsgroene bladeren en lange bloemaren die in de zomer vol kleine bloemetjes staan. Voor culinair gebruik is vooral Lavandula angustifolia geschikt: die heeft een zachter, minder kamferachtig aroma dan sommige andere lavendelsoorten. De bloemen worden meestal los van de aren gebruikt, vers of gedroogd, en geven gerechten een herkenbaar, parfumachtig karakter.

In de Provençaalse keuken duikt lavendel af en toe op in kruidenmengsels en zoete bereidingen. Omdat de smaak intens is, draait het bij lavendel vooral om doseren en combineren met ingrediënten die het bloemige kunnen dragen.

In de keuken

Lavendelbloemen passen prachtig in zoete bereidingen: laat ze kort trekken in warme room of melk voor panna cotta, custard, ijs of een glaze. Ook in siroop, honing, suiker of citroenlimonade geven ze een verfijnde, zomerse geur. In baksels werkt lavendel goed met boter, amandel, vanille, citroen en blauwe bessen, maar gebruik altijd een klein snufje en proef tussendoor.

Hartig kun je lavendel inzetten als subtiele noot bij lamsvlees, geroosterde groenten of in een kruidenrub, vaak in combinatie met tijm, rozemarijn en citrusschil. Lavendel combineert verder mooi met abrikoos, perzik, aardbei, pure chocolade, yoghurt en zachte kazen. Te veel lavendel kan snel zeperig of bitter worden, dus begin klein.

In de kruidentuin

Lavendel houdt van volle zon en een droge, goed doorlatende grond. Op zware, natte grond kwijnt de plant sneller; een plek met lucht en warmte helpt om compact en aromatisch te blijven. Snoei in het voorjaar licht terug en na de bloei kun je de uitgebloeide aren wegnemen om de plant netjes en bossig te houden.

Oogst lavendelbloemen op een droge dag, wanneer de bloemetjes net open zijn en het aroma op zijn sterkst is. Voor gebruik haal je de bloemetjes van de aar door er met je vingers overheen te strijken. Wil je drogen, hang dan kleine bosjes ondersteboven op een donkere, geventileerde plek en bewaar de gedroogde bloemen daarna luchtdicht en donker.