Nashipeer

Nashipeer, ook wel Aziatische peer genoemd, is een frisse, sappige pitvrucht met de knapperigheid van een appel en het parfum van peer. Je eet hem graag rauw, maar hij doet het ook goed in lichte, snelle bereidingen waarbij de frisse crunch behouden blijft.

Latijnse naam: Pyrus pyrifolia
Herkomst: Oost-Azië
Plantfamilie: Rosaceae (rozenfamilie)
Levensduur: Meerjarig

Beschrijving

Nashiperen zijn vaak rond tot licht afgeplat en hebben een gladde, geelbruine tot goudkleurige schil met soms kleine lenticellen (stipjes). Het vruchtvlees is wit, zeer sappig en opvallend stevig, met een fijne korrelstructuur. In tegenstelling tot veel handperen worden nashiperen meestal knapperig gegeten; ze rijpen minder “boterzacht” door en behouden hun structuur. De smaak is mild zoet met een heldere, dorstlessende frisheid en een subtiel bloemenaroma.

In de keuken

Door zijn frisse sappigheid is nashipeer ideaal in salades, bijvoorbeeld met komkommer, venkel, radijs of (milde) bladgroenten. Hij combineert mooi met zout en romig, zoals geitenkaas, feta of yoghurt, en met noten zoals walnoot en amandel. Ook in Aziatische gerechten komt hij vaak terug: in dunne plakjes bij pittige of gegrilde gerechten, of geraspt als frisse tegenhanger in dressings en marinades. Nashipeer kun je kort bakken of grillen, maar langdurig stoven maakt hem sneller papperig dan klassieke stoofperen. In desserts past hij goed bij gember, limoen, honing en sesam.

Bewaren & bereiding

Bewaar nashiperen bij voorkeur koel; zo blijven ze langer knapperig en sappig. Rijpe vruchten voelen stevig aan en geven slechts heel licht mee bij druk. Was de schil goed; je kunt hem prima mee-eten, maar schillen kan prettig zijn als de schil wat stug is. Snijd de vrucht rondom het klokhuis in parten en verwijder de pitjes. Tegen verkleuring helpt een beetje citroen- of limoensap, zeker als je de peer vooraf wilt snijden voor een salade of borrelplank.