Okra
Okra is een groene peulgroente met een zachte, licht grassige smaak. In stoofpotten en curry’s zorgt okra voor een natuurlijke binding, terwijl hij geroosterd of gebakken juist een fijne, knapperige rand krijgt.
Latijnse naam: Abelmoschus esculentus
Herkomst: Afrika (waarschijnlijk), later verspreid naar Azië, het Midden-Oosten en de Amerika’s
Beschrijving
Okra wordt ook wel gombo genoemd en bestaat uit langwerpige, geribde peulen met kleine, eetbare zaadjes. Bij het snijden kan okra een slijmerig sap afgeven; dat is typisch voor de groente en werkt in veel gerechten als natuurlijke verdikker. Jonge, kleinere peulen zijn meestal malser en minder vezelig dan heel grote exemplaren.
In de keuken
Okra past goed bij tomaat, ui, knoflook, gember, chili, komijn, koriander, kurkuma, citroen en kokos. Je ziet hem vaak terug in West-Afrikaanse stoofgerechten, Indiase curry’s en Creoolse gerechten zoals gumbo. Wil je de ‘slijm’-textuur beperken, kies dan voor snelle bereidingen op hoge hitte: roerbakken, grillen of roosteren. Ook helpt het om okra goed droog te deppen en pas laat te zouten. In sauzen en stoofschotels is het juist prettig als okra mee bindt.
Bewaren & bereiding
Bewaar okra in de koelkast, bij voorkeur losjes verpakt zodat de peulen niet vochtig worden, en gebruik binnen 2–3 dagen voor de beste textuur. Was okra vlak voor gebruik en droog hem goed af. Snijd het steeltje bij, maar snijd niet te diep in de peul als je zo min mogelijk slijm wilt. Okra kun je heel bakken of roosteren, of in plakjes mee laten stoven in een saus. Inleggen in zuur of kort blancheren is ook mogelijk, afhankelijk van het gerecht.