Raapstelen
Raapstelen zijn jonge, malse bladeren en steeltjes met een frisse, licht pittige smaak die aan mosterd en jonge kool doet denken. Ze zijn heerlijk rauw in een salade, maar ook perfect om heel kort te roerbakken of op het laatst door een stamppot te scheppen.
Latijnse naam: Brassica rapa (jong blad)
Herkomst: Europa en Azië
Hoogte: 15–30 cm
Levensduur: eenjarig (jong geoogst)
Beschrijving
Raapstelen zijn het jonge loof van raapzaad/raap (een Brassica rapa-type). Omdat ze vroeg worden geoogst, blijven de blaadjes zacht en de smaak fris. Je herkent raapstelen aan het fijne groen, vaak met kleine, licht gekartelde blaadjes en dunne steeltjes.
In de keuken
Gebruik raapstelen rauw met een eenvoudige dressing van olie en citroen, eventueel met appel, radijs, komkommer of een zachtgekookt ei. Warm is “kort” het sleutelwoord: roerbak 30–60 seconden, of schep het op het allerlaatst door stamppot, soep of pasta. Raapstelen combineren goed met aardappel, boter, nootmuskaat, roomkaas, geitenkaas, gerookte zalm en sesam.
Bewaren & bereiding
Bewaar raapstelen in de koelkast, losjes verpakt, en gebruik ze bij voorkeur binnen 1–2 dagen: het blad is kwetsbaar en verliest snel zijn frisheid. Was het groen goed (er kan zand tussen zitten) en droog voorzichtig. Snijd de onderkant van de stelen eventueel weg en verwerk raapstelen pas vlak voor gebruik voor de beste smaak en textuur.