Schorseneer

Schorseneer is een wortelgroente met een zachte, licht nootachtige smaak en een romige textuur. Hij wordt ook wel “armeluisasperge” genoemd en doet het geweldig in soep, puree, gratin of simpelweg gekookt met boter.

Latijnse naam: Scorzonera hispanica
Herkomst: Zuid- en Midden-Europa
Levensduur: meerjarig (meestal als eenjarige geteeld)

Beschrijving

Schorseneer is lang, slank en donker van buiten, met wit vruchtvlees. Bij het schillen komt er een kleverig, wit melksap vrij dat kan verkleuren. Het loont om rustig en zorgvuldig te werken: eenmaal gaar is schorseneer heerlijk zacht en verfijnd, met een smaak die aan asperge en artisjok kan doen denken.

In de keuken

De smaak is mild, aards en licht nootachtig. Combineer schorseneer met boter, room, nootmuskaat, citroen en verse kruiden zoals peterselie of bieslook. Hij past ook goed bij gerookte vis, kip, ham, ei en zachte kazen.

Je kunt schorseneer koken, stomen, roosteren of stoven. Gekookt is hij lekker met een klassieke botersaus of in een romige soep. Geroosterd krijgt hij meer diepte en een licht zoete toon. Ook fijn: verwerken in puree of gratin met aardappel.

Bewaren & bereiding

Bewaar schorseneren koel en donker, bij voorkeur in de koelkast. Ze drogen sneller uit dan je denkt: laat ze zo veel mogelijk heel tot je ze gebruikt. Na het snijden verkleurt het vruchtvlees; leg stukken direct in water met citroen of een scheutje azijn.

Schillen gaat het makkelijkst met handschoenen (tegen plakkerig sap) en een dunschiller. Spoel en schil, leg meteen in zuur water en kook of stoof daarna gaar. Spoel eventueel nog kort na het garen en dep droog voor verdere bereiding.