Witte bes

Witte bes is een licht, doorschijnend vruchtje dat in trosjes groeit en bekendstaat om zijn frisse, mildzure smaak. Je gebruikt witte bessen graag als subtiele tegenhanger in desserts en gebak, maar ze zijn ook mooi als garnering door hun heldere kleur en zachte, sappige beet.

Latijnse naam: Ribes rubrum (witte variëteiten)
Herkomst: Europa en West-Azië
Plantfamilie: Grossulariaceae (ribesfamilie)
Hoogte: 1–1,5 m
Bloeiperiode: april–mei
Levensduur: meerjarig

Beschrijving

De witte bes is botanisch gezien een variant binnen dezelfde soortgroep als de rode bes, maar dan met lichtgekleurde vruchten. De besjes hangen in elegante trosjes en variëren van roomwit tot zacht goudgeel. Ze hebben een dun schilletje, sappig vruchtvlees en kleine zaadjes. Vergeleken met rode bessen is de smaak vaak iets milder en ronder, terwijl die typische frisheid behouden blijft. Door de lichte kleur blijven witte bessen ook in desserts visueel ‘luchtig’ en verfijnd.

In de keuken

Witte bessen zijn fris en zachtzuur en passen daardoor goed bij romige componenten zoals yoghurt, kwark, panna cotta en slagroom. Ze combineren mooi met vanille, citroen, vlierbloesem en amandel, en doen het goed in fruitige salades, taarten en lichte compotes. Omdat de smaak minder uitgesproken is dan die van zwarte bes, komen witte bessen het best tot hun recht in bereidingen waarin je hun frisse toon niet wegkookt. Ze zijn ook lekker als contrast in een dessert met zoeter fruit, zoals aardbei of perzik.

Bewaren & bereiding

Bewaar witte bessen in de koelkast, bij voorkeur nog aan de tros; zo blijven ze doorgaans het langst stevig en sappig. Spoel ze pas vlak voor gebruik voorzichtig af en laat ze goed uitlekken. Rits de besjes met een vork of met je vingers van de steeltjes, of laat kleine trosjes heel als je ze decoratief wilt serveren. Invriezen kan, al worden ze na ontdooien wat zachter; gebruik bevroren of ontdooide witte bessen vooral in compote, saus of in gebak.