Tijm
Tijm is een van de meest gebruikte kruiden in de keuken. Het hoort bij de lipbloemenfamilie en staat bekend om zijn warme, kruidige geur. Van oorsprong komt tijm vooral uit het Middellandse Zeegebied.
Latijnse naam: Thymus vulgaris
Herkomst: Middellandse Zeegebied
Hoogte: tot ca. 30 cm
Bloeiperiode: voorjaar tot zomer
Levensduur: vaste plant (meerjarig)
Beschrijving
Tijm groeit compact en laag, met fijne blaadjes aan takjes die na verloop van tijd aan de basis houtachtig worden. Door regelmatig te knippen blijft de plant voller en blijven de jonge topjes soepel: precies het deel dat je het liefst in de keuken gebruikt. De aromatische geur komt vooral uit de natuurlijke geurstoffen in het blad, waaronder thymol.
In de keuken
Tijm is een echt basiskruid en past in veel wereldkeukens. Je proeft het in Provençaalse kruiden en in een bouquet garni, en het combineert mooi met knoflook, citroen, laurier en rozemarijn. Gebruik tijm graag bij stoofschotels, sauzen, geroosterde groenten, aardappelen, peulvruchten en vlees- of gevogeltegerechten. In langzame bereidingen mag het vroeg mee; voor een frissere toets voeg je het later toe. Tijm wordt ook toegepast als smaakmaker in sommige likeuren, zoals Bénédictine.
- Grote tijm (Thymus pulegioides)
- Kleine tijm of kwendel (Thymus serpyllum)
- Echte tijm (Thymus vulgaris)
- Citroentijm (Thymus × citriodorus)
- Bergsteentijm (Clinopodium menthifolium)
In de kruidentuin
Tijm is een makkelijke, vaak winterharde vaste plant. Zet hem bij voorkeur zonnig en in goed doorlatende grond; in een pot doet hij het ook prima. Je kunt bijna het hele jaar door takjes knippen. Voor gedroogde tijm knip je stevige takjes, hang je ze ondersteboven op een luchtige plek en verkruimel je na het drogen de blaadjes. Bewaar ze donker en droog in een goed afgesloten pot.
Wordt de plant erg houterig, snoei dan in het voorjaar terug tot net boven het deel waar nog nieuw groen uitloopt. Snoei liever niet diep in kaal hout: dan herstelt tijm trager.