Kokosgarnalen
Kokosgarnalen zijn knapperig, lichtzoet en tegelijk lekker fris door een finishing touch van limoen. De combinatie van geraspte kokos en sesamzaad geeft een mooie korst die perfect past bij een frisse salade of een salsa (bijvoorbeeld mango of komkommer).
Aantal personen: 4
Voorbereiding: 15 minuten
Bereiding: 10 minuten
Totale bereiding: 25 minuten
Ingrediënten
- 16 grote rauwe garnalen
- 3 eetlepels bloem
- 2 eieren
- 150 g geraspte kokos
- 150 g sesamzaad
- 1 limoen
- 4 eetlepels zonnebloemolie of arachideolie
- Zout
- Versgemalen zwarte peper
Voorbereiding
- Pel de garnalen en verwijder het darmkanaal (aan de rugzijde).
- Snijd de garnalen aan de rugzijde voorzichtig verder in en vlinder ze open (niet helemaal doorsnijden).
- Bestrooi de garnalen met een beetje zout en versgemalen zwarte peper en bestuif ze vervolgens licht met bloem.
- Klop de eieren los in een schaaltje.
- Meng in een tweede schaaltje de geraspte kokos met het sesamzaad.
Bereiding
- Verhit de olie in een koekenpan op middelhoog vuur.
- Haal de garnalen met één hand door het losgeklopte ei en leg ze daarna in het kokos-sesammengsel.
- Gebruik je andere hand om de garnalen aan beide kanten goed te bedekken en druk de korst licht aan.
- Bak de garnalen in porties goudbruin en gaar, ongeveer 2–3 minuten per kant.
- Let erop dat het vuur niet te hoog staat, zodat de sesam en kokos niet verbranden.
- Knijp vlak voor het serveren een beetje limoensap over de kokosgarnalen.
Kleine klassieke tip: zet het vuur liever iets lager en bak rustig goudbruin; kokos kleurt snel en dan blijft de korst lekker knapperig zonder bitter te worden.